Jean Kwok
Jean Kwok


Mrs. Kasindorf, Jean's principal
Jean en Mw. Kasindorf, directrice van Jeans basisschool 


Jean Kwok and her mother
Jean en haar moeder 


Jean Kwok
Jean Kwok, gefotografeerd door Mark Kohn




OVER jean


Jean Kwok emigreerde van Hong Kong naar Brooklyn toen ze 5 jaar was en werkte in een kledingfabriek in Chinatown gedurende het grootste gedeelte van haar kindertijd. Ze ontving een studiebeurs voor Harvard,  had in die tijd wel vier bijbaantjes, en studeerde af cum laude in Engelse - en Amerikaanse literatuur waarna zij een masters in Fictie behaalde aan de Columbia universiteit. Haar debuutroman Girl in Translation (Riverhead, 2010) [Nederlandse titel: Bijna thuis (Arena, 2010)] was een New York Times bestseller en wordt thans in 16 landen gepubliceerd.  Het werd verkozen tot een van de winnaars van de American Library Association’s Alex Awarden ontving een Barnes and Noble Discover Great New Writers boek, werd een Indie Next Pick, was de winnaar van The Best Cultural Book in BBAW 2010, was een van The Guardian’sChoice of First Novels, verwierf een nominatie  voor de QPB’s 2010 New Voices Award, werd gekozen tot een van Woman & Home’s Top 30 Boeken van 2010 en tot een van China Daily’s Top 10 Boeken van 2010.  Het roman werd verder genoemd als One of the Best of 2010 door About.com, werd een van de top tien favorieten van Flavorwire en werd  ook een Blue Ribbon Pick. Jean’s werk is gepubliceerd in the Daily News, The Mail on Sunday, Story, Prairie Schooner, NuyorAsian Anthology en Elements of Literature. Jean woont in Nederland tezamen met haar man en twee kinderen.

Om een lijst te zien van alle Jeans prijzen, hier klikken.

JEANS LEVEN

Alhoewel Bijna thuis fictie en niet autobiografisch is, is de wereld waarin het verhaal zich afspeelt echt.

Als jongste van zeven kinderen en ook nog een meisje, was ik een dromerig, onhandig kind, dat wild rende door de zonovergoten straten van Hongkong. Het verbaasde mijn familie nogal toen bleek dat ik goed kon leren op school. We verhuisden naar New York toe ik vijf jaar was en het enige waar ik goed is was werd van me afgenomen; ik begreep geen woord Engels.

De verhuizing naar Amerika kostte mijn ouders al het geld dat ze hadden. Mijn familieleden gingen aan het werk in een fabriek in Chinatown. Mijn vader nam me elke dag mee, na schooltijd, en we kwamen vele uren later na afloop van het werk, kletsnat van het zweet en onder het stof, weer thuis. In ons appartement krioelde het van insecten en ratten. In de winter was de oven altijd aan en zette mijn moeder de ovendeur open omdat er geen verwarming was in ons huis.

Toen ik langzamerhand Engels leerde, kon ik ook weer op school meekomen. In de hoogste klas van de lagere school werd ik getest door een aantal particuliere scholen en kreeg door die scholen studiebeurzen aangeboden. Maar omdat ik ook geselecteerd werd door de Hunter College High School, een openbare school voor hoogbegaafde kinderen, heb ik uiteindelijk daarvoor gekozen.

Rond die tijd stopten mijn familieleden met het werken in de fabriek en verhuisden we naar een verwaarloosd huis in Brooklyn Heights, dat vroeger was opgedeeld in huurappartementen. Het was een hele verbetering ten opzichte van ons eerdere appartement, maar wij hadden nog steeds heel weinig geld. Als ik niet op een topuniversiteit zou worden toegelaten, met een volledige studiebeurs en een extra toelage, zou ik nooit verder kunnen gaan studeren. Alhoewel ik het liefst Engelse literatuur wilde gaan studeren leek mij dat geen verstandige keuze als basis voor verdere studie en dus koos ik voor exacte vakken. In het laatste jaar van mijn middelbare schooltijd werkte ik in drie verschillende laboratoria: het laboratorium voor Genetic Engineering and Molecular Biology, verbonden aan het Sloan-Kettering Cancer Research Center en het Biophysics/Interface Laboratorium van het Veterans Administration Medical Center in Brooklyn. Bij het Biophysics Laboratorium werkte ik onder de leiding van de beroemde Nederlandse dichter en wetenschapper Leo Vroman. 

Ik werd via Early Admissions toegelaten op Harvard en omdat ik op mijn middelbare school al veel vooruit had gewerkt kon ik het eerste jaar overslaan, en ik begon als tweedejaarsstudent. Daar, op Havard, realiseerde ik me dat ik mijn ware roeping, namelijk schrijven, moest gaan volgen en stapte ik over naar Engelse  en Amerikaanse literatuur.

Tijdens mijn studie aan Havard had ik soms wel vier verschillende baantjes tegelijkertijd: bordenwassen in de eetzaal, schoonmaken, voorlezen aan blinde mensen en leiding geven aan een zomerprogramma voor kinderen van Chinese immigranten. Ik studeerde cum laude af en nam toen een baan aan als een professioneel ballroomdanseres in New York: overdag walste ik op hoge hakken en 's avonds schreef ik. Na een paar jaar stopte ik met stijldansen en schreef ik me in aan de universiteit van Columbia om mijn master te in fictieschrijven te behalen. Voordat ik daar afstudeerde werden er twee korte verhalen die ik geschreven had gepubliceerd in het literaire blad Story. Tijdens mijn laatste jaar aan de universiteit van Columbia werkte ik in een computerteam van vijf personen, dat de multimediabehoeften van de Raad van Bestuur moest realiseren.

Kort daarop verhuisde ik voor de liefde naar Nederland en onderging ik nog een keer het proces van aanpassen aan een andere cultuur, en het moeten leren van een nieuwe taal. Sindsdien is mijn werk ook gepubliceerd in Prairie Schooner en in de Nuyorasian Anthology. Ook ben ik een van de schrijfsters die geselecteerd is voor het Holt middelbareschooltekstboek Elements of Literature (edities 2007, 2009 en 2011), waarin mijn verhalen verschijnen naast die van auteurs als Alice Walker, Pearl S. Buck en Sandra Cisneros. Totdat Bijna thuis af was heb ik Engelse les gegeven aan de Universiteit van Leiden en heb ik gewerkt als vertaalster Nederlands-Engels. Toen ik wist dat mijn roman zou worden gepubliceerd ben ik met werken gestopt en fulltime gaan schrijven. Ik woon in Nederland met mijn man en twee zoontjes.